Nieuwendammerkerk
Teksten
Preektekst ds. Jan Lammers Nieuwjaar 1 januari 2012
Gemeente van Jezus Christus,

Het jaar is al weer enkele uren oud. We proeven nog het nieuwe. Het leven moet zijn alledaagse ritme nog hervinden. We beleven nog net die bijzondere ervaring die een jaarwisseling nu eenmaal met zich meebrengt. We hebben elkaar gisteren op de oudejaarsavond verlaten met een Bijbelgeschiedenis die we ons ingeleefd hebben, een Bijbelse geschiedenis die ons vertelde hoe moeilijk het kan zijn om een grens over te gaan. Voor Jacob was het moeilijk om de grensrivier de Jabbok over te steken. Eerst moest hij in het reine komen met zijn verleden. Of beter gezegd: eerst moest hij in het reine komen met God over zijn verleden. Wij hebben zijn verhaal die oudejaarsavond gelezen als ons verhaal. Ook wij hebben van die ervaringen uit het verleden waar we nog niet klaar mee zijn. Soms komen ze in een droom ter verwerking in ons op. Soms komen die ervaringen op klaarlichte dag op ons af. Wij mensen maken nu eenmaal heftige dingen in het leven mee. Er zijn maar weinig mensen die hun hele leven als een zacht kabbelende stroom kunnen beschouwen. De meesten maken in hun levensrivier watervallen mee, stroomversnellingen, en ook stilstaand water. En dat moet verwerkt worden. Op oudejaarsavond hebben we dat allemaal tot ons laten doordringen en we hebben elkaar mogen zeggen dat we voor Gods aangezicht deze ervaringen tot klaarheid mogen brengen, dat we verlangden een zuiver hart en een zuiver geweten te mogen hebben als we de grens naar 2012 zouden gaan oversteken. Inmiddels hebben we de overtocht naar het nieuwe jaar gemaakt. We staan nu aan de overkant van de rivier.

1."ALLES" IS MEER DAN "VEEL"

Deze dienst en die van oudejaarsavond horen bij elkaar. We bespreken het verhaal van Jacob bij zijn terugkeer naar het beloofde land. Op oudejaarsavond bespraken we zijn moeite om de grens over te steken. Vandaag treffen we hem aan na de overtocht.

Zijn broer Ezau komt hem tegemoet met 400 gewapende mannen, de broer die nog een appeltje met hem te schillen heeft; Jacob had van Ezau immers de zegen gestolen. Maar nu Jacob met God geworsteld heeft en zijn verleden verwerkt heeft en van God verzoening ervaren heeft, de zon heeft zien opgaan, nu kan hij zijn broeder onder ogen komen.

Met zeven buigingen waarbij hij na elke buigingen een paar meter naar voren komt, nadert Jacob nederig zijn broer Ezau. Hij nadert hem zoals men een vorst nadert in het oude Oosten. Dat is wel wat anders dan bij zijn vertrek toen hij zich in bochten gewrongen had om de meerdere van Ezau te kunnen zijn.

Ezau komt hem tegemoet en slaat broederlijk zijn armen om hem heen. Hij vraagt: "waarom heb je toch zoveel geschenken gestuurd? Ik heb immers zoveel. En dan antwoord Jacob met de woorden van onze tekst: "Ik heb alles".

Wel, dit is echt geen tekst voor mij, zegt iemand misschien. Op oudejaarsavond zat u aardig in de buurt van mijn leven met uw tekstkeus. Inderdaad, ik heb ook dingen uit mijn verleden die ik nog verwerken moet, dingen die steeds weer opspelen, dingen die mij verhinderen om de grens naar een nieuw leven over te steken. Maar met deze tekst voor de nieuwjaarsdienst slaat u de plank mis, althans voor zover het mijn leven betreft. U moest eens weten...... (misprijzend) ... ik heb alles ... Ja, ja. U moest eens weten van die intriges in mijn familie, waardoor die ander alles heeft en ik er naast greep. Iemand anders: u moest eens weten van mijn situatie. Materieel heb ik het dan wel redelijk maar mijn kinderen willen geen contact meer met mij. Heb ik alles? Iemand anders: materieel heb ik het meer dan goed maar die ziekte maakt dat ik me niet meer kan bewegen zoals ik zo graag zou willen. Heb ik alles? Formuleert u uw eigen twijfels, vragen en protesten maar, als u deze tekst hoort ...... Ik heb alles ......

Wat bedoelt Jacob met deze tekst? Is dit een voortzetting van de eeuwige strijd tussen de twee broeders? Is dit een subtiele poging om via een woordenspel toch de meerdere van Ezau te kunnen zijn.

Gemeente, ik denk dat we deze tekst anders moeten lezen. Jacob verwijst naar zijn ervaring bij de Jabbok waar hij gestreden heeft met iemand van wie later bleek dat het God was. In die heftige strijd heeft hij genade ervaren. En sinds hij weet, wat genade is, is alles, ja let u op dit woord, is ALLES in een ander daglicht komen staan. Sinds hij vrede heeft met God, is ALLES anders. Daarom kan hij zeggen: ik heb alles. Deze genade heeft zijn leven veranderd. Hij kan zich nu knecht noemen tegenover degene van wie hij zo graag de meester had willen zijn. Hij kan zich buigen voor hem die hij graag aan zijn voeten had willen hebben. Vòòr zijn ervaring bij de Jabbok dacht hij met behulp van geschenken verzoening te kunnen verdienen. Na die ervaring is ALLES anders en zullen we bemerken dat hij eerst verzoening ervaart en dan pas geschenken geeft. Dat zijn allemaal uitingen van de verandering in zijn leven die maken dat ALLES anders is. ALLES kan hij zien in het licht van de genade van God.

In de tweede brief aan de Corinthiërs maakt Paulus deze gedachte zo prachtig duidelijk. Hij heeft een doorn in het vlees en toch kan hij roemen in de genade. Voor Jacob is zijn manke heup een doorn in het vlees en toch kan Jacob spreken over de genade die hem overkomen is. Gods genade is hem genoeg. In Gods genade bezit hij ALLES. Ergens anders in diezelfde brief zegt Paulus dat hij als dienaar Gods ALLES bezit, zelfs als hij niets heeft.

Het zal u duidelijk zijn: Het "ALLES" van Jacob is meer dan het "VEEL" van Ezau. Het zal u duidelijk zijn dat het geen zaak is van tellen maar dat het een zaak is van de dingen wel of niet door het venster van genade bezien. Op deze wijze mag ook u aan het begin een nieuw jaar zeggen: IK HEB ALLES!

2. "ALLES" BIEDT RIJKE MOGELIJKHEDEN

"Ik heb alles". Wat een mogelijkheden biedt deze rijkdom aan Jacob. We zien hoe het mogelijk wordt dat er een verzoening plaatsvindt tussen twee broeders. Iedereen had gedacht: dat wordt nooit meer wat met die twee. Dat is zo grondig kapot gemaakt door Jacob. Dat kan nooit meer goed komen. En toch. Wie over ALLES (in de betekenis die we er vandaag aan mogen geven), ...... wie over ALLES mag beschikken, krijgt ongedachte kansen. Ezau neemt als eerste het woord broeder in de mond. De verzoening is een feit.
Misschien zegt iemand: maar in mijn geval wordt het echt nooit meer goed. Wat een onenigheid is er onder de mensen. Soms kun je je er iets bij voorstellen zoals hier bij Jacob en Ezau. Soms denk je: hoe is het mogelijk dat mensen dáár onenigheid over hebben. Wat een verwijdering is er door ruzies tussen de mensen onderling. Ik weet het: het kan er heftig aan toegaan. Ik weet het: het kan zó hoog oplopen dat je die ander nooit meer wil zien. Ik weet het, gemeente. En toch moet en mag ik u en mijzelf verkondigen op deze eerste dag van het nieuwe jaar: er is verzoening mogelijk als je ALLES hebt, verzoening tussen de mensen, verzoening tussen de volkeren, verzoening tussen de kerken. Ik zou zeggen vanuit onze tekst: ik heb ALLES. Ik heb allemaal mogelijkheden om aan verzoening te werken.

Er vindt een gesprek plaats tussen Ezau en Jacob. Met een eigentijds woord noemen we dat een DIALOOG. Jacob en Ezau zijn duidelijk verschillende mensen. Jacob heeft zijn ervaringen met de God van Israël, Ezau is daarentegen een natuurmens. Er vindt een DIALOOG plaats tussen die twee, een oprechte dialoog waarbij de één niet hooghartig is tegenover de ander. We weten niet of Jacob getuigd heeft van zijn ervaring met God. Maar als hij dat gedaan heeft, heeft dat er niet toe geleid dat hij zich hooghartig is gaan gedragen tegenover zijn broeder Ezau. Jacob weet maar al te goed dat iemand die van genade moet leven, daar geen reden toe heeft. Zijn manier van leven zal een getuigenis genoeg zijn geweest. ALLEMAAL MOGELIJKHEDEN VOOR 2012. Er is de mogelijkheid van de dialoog met mensen, ook met mensen die anders in het leven staan.

De DIALOOG gaat samen met de DIAKONIA. Jacob stelt zich dienstbaar op tegenover zijn medemens Ezau. Hij noemt zich knecht en hij is vrijgevig. Hij weet liefdegaven te schenken. Ook wij zullen in 2012 daar allemaal mogelijkheden voor krijgen. Onder leiding van uw diakenen zal het mogelijk zijn om u dienstbaar op te stellen in de samenleving, door uw giften maar ook door uw daadwerkelijk dienstbetoon.

ALLEMAAL MOGELIJKHEDEN IN 2012! Weet u wat ook zo'n mooie mogelijkheid is? Dan moet u vers 10 eens vergelijken met hoofdstuk 32 : 30. Daar staat "Ik heb Gods aangezicht gezien". In vers 10 van hoofdstuk 33 staat: "Ik (Jacob) heb uw (Ezau) aangezicht gezien”. Dat is niet voor niets door de schrijver van ons verhaal gedaan. Wat een rijke mogelijkheid als we in het aangezicht van een medemens het aangezicht van God mogen herkennen. Het is, alsof we Jezus horen zeggen: als je een gevangene bezoekt, dan bezoek je Mij. Als je een dorstige laaft, dan laaf je Mij. Als je een hongerige voedt, dan voed je Mij. Met andere woorden: als je een medemens in het aangezicht ziet, zie je Mij in het aangezicht. ALLEMAAL MOGELIJKHEDEN in 2012! Doet u mee? Bezoek eens een eenzaam of ziek medemens. U moest eens weten wat een rijkdom dat betekent. U hebt alles en u er wordt er niet armer van als u dit stukje van uw tijd, dit stukje van uw gaven weggeeft. ALLEMAAL MOGELIJKHEDEN IN 2012!!

Op nog één aspect wil ik u wijzen: Jacobs nederigheid is geen zelfontkenning. Aan ons wordt gevraagd om nederig te zijn maar aan ons wordt niet gevraagd, om onszelf te ontkennen. Jacob toont zich de mindere maar hij is wel iemand die initiatief neemt. Hij gaat voorop. In het vorige hoofdstuk ging hij nog achteraan maar nu loopt hij voorop. Hij is een nieuw mens geworden. Hij heeft alles, hij heeft genade. En dat stelt hem in staat om initiatieven te nemen in de samenleving. ALLEMAAL MOGELIJKHEDEN IN 2012. WAT EEN RIJKDOM. Gemeente van Nieuwendam: U HEBT ALLES. U mag het Jacob nazeggen als hij onze tekstwoorden uitspreekt: ik heb alles!

3. ALLES KAN MINDER WORDEN

Nog één gedachte wil ik met u overwegen op deze eerste dag van het nieuwe jaar. Alles is heel veel maar alles kan wel minder worden. Van God uit niet maar van ons uit wel en dat bepaalt ons bij onze hoge roeping om dit ALLES met zorg te koesteren. In de volgende hoofdstukken zal blijken hoe het "ALLES" van onze tekst onder druk zal komen te staan als we zien welke verschrikkingen in het gezin van Jacob gebeuren.

In ons hoofdstuk worden de aanzetten gegeven om dit ALLES te bewaren. In de eerste plaats zien we dat Jacob verder trekt naar Sukkot. Die naam betekent "loofhutten". (Tussen twee haakjes: De joden vieren na de grote verzoendag het Loofhuttenfeest; toch wel opmerkelijk in ons verhaal te zien, dat Jacob na de verzoening doortrekt naar Sukkot, na de verzoening naar de loofhutten; er is immers reden tot uitbundig feest). Later zouden de joden het Loofhuttenfeest vieren als herinnering aan de woestijntocht na de bevrijding uit Egypte. Het houdt het besef levend dat we hier geen blijvende stad op aarde hebben, dat we in zekere zin vreemdelingen blijven op aarde, pelgrims op weg naar een betere toekomst. Waar dit besef levend gehouden wordt, daar wordt het ALLES van onze tekst bewaard. Pas er voor op dat je dit zou vergeten. Voor je het weet, zit je weer in een slavenhuis. Is het niet het slavenhuis van Egypte, dan zijn er altijd wel andere heren, die je tot slaaf willen maken. ALLES kan minder worden. Daar moeten we voor oppassen. Laten we het niet verspelen, AL DIE MOGELIJKHEDEN, die ons in het nieuwe jaar geschonken worden.

Na Sukkoth, waar Jacob toch nog een behoorlijke tijd gebleven lijkt te zijn, trekt hij door naar Sichem. Daar bouwt hij een altaar. En hij noemt dat altaar: "De God van Israël is God". We zouden kunnen zeggen: daar roept hij de Naam des Heren aan.

Misschien weet u wel dat op de nieuwjaarsdag (als er dienst is -en als het op een zondag valt, is er natuurlijk dienst-) ...... Misschien weet u wel dat op de nieuwjaarsdag bijna altijd gepreekt wordt over de naam Jezus. Jezus kreeg immers de naam op de achtste dag en nieuwjaarsdag is de achtste dag gerekend vanaf de eerste kerstdag. Daarom brengen we dit met elkaar in verband op deze eerste zondag van het nieuwe jaar.

Op de nieuwjaarsdag hoort het over de naam te gaan. Vandaag letten we erop dat Jacob in Sichem de naam des HEREN aanroept.

ALLES KAN MINDER WORDEN! Behalve, als we de NAAM hoog houden. De enige naam die onder de hemelen gegeven is, waardoor wij gered kunnen worden. In het Oude Testament JAHWEH, DE BETROUWBARE, in het Nieuwe Testament JEZUS, d.w.z. JAHWEH redt! Laten we bij elkaar blijven komen in de openbare eredienst, zoals Jacob ons voorgaat in de openbare eredienst in Sichem waar hij de naam des Heren aanroept. We zullen ook in het nieuwe jaar volop gelegenheid krijgen, om in de diensten bij elkaar te komen. Elke zondag zal hier dit gebouw om 10.00 uur open zijn. U bent welkom. Ik mag u oproepen om getrouw te komen zodat wij het ALLES van deze morgen, het ALLES uit onze tekst kunnen bewaren, zodat wij het fundament mogen blijven bewaren waarop we AL ONZE MOGELIJKHEDEN voor 2012 mogen baseren.

Ik eindig met een Bijbelwoord (Colossenzen 3 : 17): "En al wat gij doet met woord of werk, doet het ALLES in de NAAM des Heren Jezus, God de Vader dankende door Hem.

AMEN!!!
Preektekst ds. Jan Lammers Oudjaar 31 december 2011
Gemeente van Jezus Christus,

1. DUBBELE GEVOELENS OP OUDJAAR

Op de oudejaarsavond dringt het tot ons door dat we een grens naderen. En grenzen stemmen altijd weer tot nadenken. Dat geldt ook voor andere grenzen in het leven die we passeren.

Elk jaar op de laatste dag komt in één of andere vorm die bezinning op ons af. Sommigen verdrijven die bezinning met eten en drank, met vuurwerk, anderen kennen gelukkig ook momenten van nadenken. Wie op oudjaar naar de kerk gaat, kiest voor dat laatste. We richten ons nu allereerst op de grensoverschrijding tussen twee jaren. Daar gaan we het op de oudejaarsdag natuurlijk ook over hebben. Misschien zegt u wel: och, het valt wel mee, die overgang. Allerlei dingen zullen volgend jaar weer gewoon verder gaan. Ik heb al allerlei dingen voor volgend jaar geregeld. Je moet wel. Als mens leef je immers een kwetsbaar bestaan hoe goed je het ook met polissen en voorzieningen hebt verzekerd. In mijn gedachten ben ik allang met 2012 bezig geweest. Sommigen zeggen: laten we maar eerlijk zijn. Ik ben de grens van 2011 naar 2012 al overgegaan als ik denk aan mijn beleggingen en mijn koopsompolissen en mijn pensioen en aan allerlei andere voorzieningen voor mijn leven.

In Genesis 32 staat Jacob voor een belangrijke grens, de rivier de Jabbok. Twintig jaar geleden was hij hier in de buurt de grens overgestoken op weg naar een onbekende toekomst. Zijn enige bezit was een wandelstok geweest. Nu, na twintig jaren, keert hij als een vermogend man terug. De rivier de Jabbok moet hij nu passeren. En dat beleeft hij als het passeren van een belangrijke grens. Jacob is net als wij. Hij heeft al van alles en nog wat de grens overgezet.
In het bijzonder vallen daarbij de geschenken op die hij voor zich uit heeft gezonden. Het zijn geschenken voor zijn broer Ezau. Die belichaamt immers het gevaar van de toekomst over die grens. Hij heeft immers Ezau bedrogen door de zegen, de erfenis van zijn vader af te troggelen. En hij kan vermoeden dat Ezau dat niet vergeten is en op wraak zint.

Nu bij zijn terugkeer realiseert Jacob zich dat. En hem is meegedeeld dat Ezau al met een leger op weg is, hem tegemoet. Het gevaar van over de grens dient zich aan. En nu moet Jacob dit gevaar bezweren. Zo is hij al van alles aan het regelen voor het leven van over de grens. Hij pakt het slim aan. Hij laat de geschenken in etappes Ezau bereiken. Als Ezau een geschenk heeft gehad en verder trekt, komt hij even later weer een ander geschenk van Jacob tegen. Dat herhaalt zich enkele keren. Jacob pakt het slim aan. In onze tijd zou hij een kundig reclameman zijn geweest. In de herhaling zit de kracht.

Die Jacob redt het wel. O ja...... ? Hij zit vol dubbele gevoelens. Aan de ene kant is hij met zijn gevoel al over de grens en regelt van alles en nog wat. Aan de andere kant kan hij zelf de grens niet over. Als hij al zijn bezittingen heeft overgezet, keert hij terug en blijft hij een nacht vòòr de grens. Dat land aan de overkant herinnert hem aan zijn verleden. De ervaringen van vroeger komen in hem boven. Zijn schuldgevoelens maken zich van hem meester. Daar aan de andere zijde van de Jabbok is het land waar hij met een list zijn broeder bestolen heeft. Daar aan de overkant is het land waar hij zijn blinde vader Izak bedrogen heeft. Vroeg of laat komen zulke dingen in een mens boven en moet je die eerst verwerken alvorens de grens over te gaan.

Wij staan ook voor de grens. Het is de overgang naar een nieuw jaar. We hebben van alles en nog wat de grens al overgesjouwd, misschien ook wel geschenken, om iemand gunstig te stemmen. We hebben de gevaren en dreigingen van de toekomst al het hoofd proberen te bieden.

Nu wij zelf nog. Kunt u de grens over? Of hebt u dat ook, net als Jacob dat het verleden begint op te spelen? Misschien schuldgevoelens tegenover iemand die u onrecht hebt aangedaan? Misschien schuld van een ander tegenover u en u kunt het maar niet vergeven? Misschien heeft het niet direct met schuld te maken maar gaat het bij u om verdrietige ervaringen uit dit jaar die het u moeilijk maken, dit jaar te verlaten en op weg te gaan naar een nieuwe toekomst. Misschien een mengeling van allerlei dubbele gevoelens waarmee je aan het worstelen bent en die maken dat je de grens niet over kunt steken.

Wat een dubbel gevoel kan zo'n grensoverschrijding betekenen!! Aan de ene kant ben je met je gedachten al aan de overkant, maar aan de andere kant kun je zelf de stap niet zetten om de grens over te gaan. Wat een dubbel gevoel in Jacob, ...... in u, ...... in mij. Wat een strijd kan dat geven zoals we in Genesis 32 zien.

2. DUBBELE GEVOELENS OVER GOD

Dit dubbele gevoel brengen we vandaag in verband met God. Daarom zijn we in de kerk. Het is een goede gewoonte om als gemeente op de oudejaarsdag samen het jaar af te sluiten.

Ook voor Jacob wordt dat dubbele gevoel in verband met God gebracht. In vers 1 lezen we dat hij engelen van God ontmoet. Hij spreekt over een leger Gods. We lezen daarin dat hij geroepen wordt om zijn ervaringen en gevoelens voor het aangezicht van God te brengen. Die ontmoeting geeft Jacob een dubbel gevoel.

In vers 2 lezen we er iets over. Aangespoord door die ontmoeting noemt Jacob die plaats Mahanaïm. Het woord voor leger is mahanè. En daarom noemt Jacob die plaats Mahanaïm. Mahanaïm is het tweevoud van mahanè. Het betekent letterlijk dus: twee legers. Waarom doet hij dat? Wel, dat heeft te maken met die dubbelheid, die zich van Jacobs gevoelsleven meester heeft gemaakt. Hij weet niet hoe hij het heeft. Staan die engelen daar als een welkomstcommissie, om hem als een verloren zoon weer in het land toe te laten of staan die engelen daar enigszins dreigend, zo in de zin van: "met jou hebben we nog een appeltje te schillen. Jij bent twintig jaar geleden met schuld vertrokken en we willen die schuld nog wel eens even vereffenen.

Zo'n ontmoeting met engelen kennen wij in de regel niet. Maar de daarmee gepaard gaande gevoelservaring kennen wij wel. Zal men blij zijn met wat ik het volgende jaar van plan ben of zal men het afkeuren? Zo u wilt: zal God blij zijn met wat ik van plan ben of zal Hij het afkeuren? Zal er blijdschap zijn over de wijze waarop ik de grens zal overgaan of zal er afkeuring zijn over de wijze waarop ik dat ga doen?

Ik ga de grens over, zegt een ander, voor de eerste keer zonder mijn man, mijn zoon, mijn vader. Zal het nieuwe jaar klaarheid brengen? Zal ik leren ermee om te gaan? Of zal ik in het verdriet blijven wroeten? Zal het leger van gevoelens van hernieuwd elan het winnen? Of zal het leger van gevoelens van depressie de overhand krijgen? Een dubbel leger, Mahanaïm, welk zal het winnen?
Er zijn er ook die die dubbelheid tegenover God beleven. We kijken vandaag terug op onze ervaringen van 2011 en misschien ook nog wel ervaringen van voorgaande jaren en we beleven ze voor het aangezicht van God. Bij sommige levenservaringen overheerst de dankbaarheid; bij andere ervaringen hebben we het gevoel God niet begrepen te hebben. Wat een dubbelheid in het denken over God. Er zijn er bij wie de dankbaarheid overheerst over ervaren zegeningen. Maar bij anderen komt dat andere aspect naar voren. Allerlei vragen komen om de hoek kijken. Waar was U Here God, toen mijn vader zo ziek was en zo lijden moest? Het zal wel waar zijn dat U een God van liefde bent maar waarom heb ik er toen niets van gemerkt? Waar was U, Here God toen mijn Geliefde zo zwaar beproefd werd door het leven? Het zal wel waar zijn, dat U almachtig bent maar waarom deed U er dan niets aan? Mahanaïm, een dubbel leger. Ja zo beleven mensen vaak God, als een Mahanaïm, als een dubbel leger, als iemand tegenover wie we dubbele gevoelens kunnen hebben, nu eens de dankbaarheid dan weer het protest.

Voor het aangezicht van God beleven wij onze ervaringen van 2011 vanmiddag. Voordat wij de grens van 2011 naar 2012 oversteken, willen wij eerst klaarheid over onze vragen.

We staan voor de grens van 2011 naar 2012 zoals Jacob voor de grensrivier de Jabbok stond. We hebben dezelfde ervaringen als hij. En we brengen die ervaringen in verband met God. Here God, we willen de grens over maar we willen de grens zo graag met een zuiver gevoel en met een gerust geweten over. Wat kost het een strijd voordat wij dat gevoel verkregen hebben. We bidden U. Neem ons bij de hand en leid ons over die grens.

3. DE ONDUBBELZINNIGE BELOFTE

Ja, dat wil God. Op deze oudejaarsdag mag ik u die God verkondigen die u met een gerust hart de grens over wil doen gaan. Hij zegt vanmiddag tegen ons. In Mij is geen dubbelheid. Ik ben de Betrouwbare, IK BEN DIE IK BEN. Op Mij kun je vertrouwen. Maak dan geen denkbeelden van Mij om Mij vervolgens dubbelheid te verwijten, maar neem Mij zoals IK BEN en je zult met een gerust hart de grensrivier over kunnen gaan. Dat zegt God tegen Jacob als hij de Jabbok moet oversteken. Dat zegt Hij tegen u en mij als wij de grens naar 2012 gaan oversteken.

Het is een hele strijd, om dat in God te leren zien. Het gaat niet vanzelf. De worsteling bij de Jabbok maakt dat wel duidelijk.

In zijn gebed in vers 9 - 12 had Jacob deze betrouwbaarheid van God al in zijn gebed verwoord. Maar kennelijk ervoer hij het nog niet zo en was er die langdurige worsteling voor nodig om zover te komen.

Deze God mag ik u toch vanmiddag verkondigen. Er is geen dubbelheid in Hem. Hij is de Ene. Hij heeft geen dubbel gezicht. Hij heeft het goede met u voor. Hij wil dat u dat zult ervaren. Hij weet dat het soms een hele strijd is om tot dat inzicht te komen maar Hij laat u die strijd niet voeren om u lastig te vallen maar juist om de blijde boodschap des te vaster in u te doen wonen.

Jacob krijgt een nieuwe naam: Israël. Die naam betekent eigenlijk: God strijdt voor mij. Eigenlijk komt Jacob tot vrede omdat God voor hem strijdt. Jacob heeft met God gestreden. Dat loopt goed af omdat God voor hem gestreden heeft.

Deze God mag ik u verkondigen op deze oudejaarsdag. Als u met deze God de grens overgaat dan mag uw innerlijke strijd overgaan in rust. Jacob zal wel een herinnering aan deze strijd overhouden. Hij zal mank door het leven gaan. Maar deze kwetsbaarheid zal hem elke keer weer herinneren aan zijn God die juist zijn zegen geeft als wij in onze kwetsbaarheid tot Hem komen. Voor ons betekent dit mank-zijn dat wij in 2012 de wond meenemen die in 2011 geslagen is.

Wat zal 2012 ons brengen? Er zijn er in onze gemeente die moeten nadenken over die grote grens die ze misschien in het komende jaar over zullen moeten gaan. Eigenlijk moeten we daar allemaal over nadenken. Sommigen hebben door hun gezondheid een extra aanzet daartoe.

Er zijn er die op een andere wijze voor een belangrijke grens in hun leven staan. Dubbele gevoelens strijden om de voorrang. Dat er rust gevonden mag worden in de God van het evangelie zelfs al moeten we een wond voortaan met ons meedragen. Er zijn er die verder moeten zonder degene met wie ze zo graag de grens van straks 24.00 uur waren overgegaan.

Dat de evangelie-boodschap rust moge brengen, als we nadenken over welke grensovergang dan ook. Als we vrede met God hebben, dan kunnen we de grens over.

4. EEN EENVOUDIG MENS DIE ZIJN BROEDER KAN ONTMOETEN

Gemeente, Aan het einde van de boeiende geschiedenis gaat de zon over Jacob op. Inmiddels heet hij trouwens niet meer Jacob, maar draagt hij de erenaam Israël. Het is licht geworden. De dubbelheid van zijn leven heeft Hij laten varen. De dubbelheid waarmee hij God ervoer, heeft hij laten schieten. De zon is opgegaan. Hij heeft perspectief gekregen. Hij heeft zicht op zijn leven. Hij is in de letterlijke zin van het woord een eenvoudig mens geworden, een eenheid zonder dubbelheid. Nu kan hij de grens over. Nu kan hij zonder vrees ook zijn broeder Ezau ontmoeten. Ezau, de natuurmens, de mens die God niet nodig heeft. Jacob zal hem ontmoeten en zich met hem verzoenen en zich niet hooghartig en neerbuigend tegenover hem gedragen. De gelovige Jacob is van nature immers geen beter mens dan de natuurmens Ezau. Hij heeft de innerlijke strijd met God tot een einde gebracht en dat maakt dat hij als een eenvoudig mens zonder dubbelheid in het leven mag staan. Hij mag zich met zijn broeder gaan verzoenen. Hij zal zich zelfs dienstbaar opstellen tegenover hem en zichzelf knecht noemen.

Zo mogen wij de grens van 2011 naar 2012 overgaan. Laten we in 2012 die houding aannemen tegenover mensen buiten de eigen kring. Laten we hen tegemoet treden als eenvoudige mensen, als mensen uit één stuk en in hen broeders en zusters herkennen. Natuurlijk zullen wij tegenover hen gewagen van het wonder dat God zich met deze wereld bemoeit en dat juist in de worsteling met God ware vrede gevonden kan worden. Maar hooghartigheid zij verre van ons. In eenvoud, zonder dubbelheid zullen we onze medemensen ontmoeten en verzoend met hen leven. De zon is opgegaan over het leven van Jacob. De zon moge opgaan over uw leven.

In het lied, dat wij nu gaan zingen, is de verkondiging samengevat. Het bezingt, hoe een mens vanuit de onrust tot het inzicht mag komen, dat het land van Gods rust niet ver is.

Waarom moest ik uw stem verstaan?

Waarom, Heer moet ik tot U gaan
zo ongewende paden?
Waarom bracht Gij
die onrust mij
in 't bloed is dat genade?

Maar ook:
Spreek Gij dan in mijn hart en zeg,
dat het zo goed is, dat die weg
ook door uw Zoon gegaan is,
en dat uw land
naar alle kant
niet ver bij mij vandaan is.

AMEN!!
Preektekst ds. Véronique Lindenburg Kerstnacht 24 december 2011
Als Jezus niet anders was geweest dan een arm kind, bij gebrek aan beter geboren in een stal tussen de beesten, terwijl de ouders eindelijk aan het einde van hun reis waren, zouden wij dan ooit van hem gehoord hebben?
Als het kind Jezus gewoon een leuk een leergierig jongetje was geweest wat heen en weer huppelde tussen de timmerwerkplaats van zijn vader en de geleerde mannen in de synagoge, zouden wij hier dan zitten?
Als de man Jezus gewoon een eigenwijze rondtrekkende leraar was geweest, met het hart op de goede plaats en mooie woorden over God en mensen, zouden we ooit over hem gehoord hebben?
Hoogstwaarschijnlijk niet.
Dan was het heel leuk dat hij er was, dat hij geboren was, dat hij speelde, dat hij leefde, dat hij leerde. Maar dat was het dan ook geweest. Gewoon – of ongewoon – een fijn mens tussen de mensen.
Maar er was meer.

Jezus, zo geloofden mensen in zijn tijd, was de Zoon van God. Een unieke creatie van God. De uiterste poging van God om aan mensen te zeggen: ik ben dichtbij jullie. Zo dichtbij als het kind in de buik van de moeder, zo dichtbij als het vrolijke jongetje in je dorp, zo dichtbij als een leraar die je aankijkt en kent en je de goede weg wijst.
Met gevaar voor eigen leven hebben mensen dit geloofd en beleden. En hun gedachten en woorden zijn een weg gegaan in de geschiedenis. Tot op vandaag.

Jezus was als God, maar hij liep er niet mee te koop. Integendeel. Hij was eerder bediende dan baas van mensen. Hij liet met zich sollen, bewust verzette hij zich niet. Ze hebben hem als een misdadiger gedood en de mensen die hem hadden kunnen redden waren daar te laf voor. En dus gebeurde het. Hij stierf gewelddadig en vol overgave.

Was Jezus volmaakt? Ook dat viel niet op. Als pasgeborene in de kribbe zal hij zelfs de dieren hebben wakker gehouden met zijn gehuil en als kind zal hij kattenkwaad hebben uitgehaald. Als rondtrekkende leraar werd hij boos, moe, verdrietig, geïrriteerd, net als ieder ander. Hoe volmaakt is dat? Of is dat volmaakt in menselijkheid… Iemand als u en ik was hij, een die zo met je meeloopt over straat.

Hij was gehoorzaam. Dat zeker. De taak die hij had gekregen heeft hij volbracht. Niet zonder tranen, niet zonder de vraag of het niet anders kon, maar hij deed het. Mens en God zijn in hem steeds met elkaar in gesprek geweest. Waarom Heer, waarom Vader, waarom zo? En dan ging hij zijn weg zoals God hem die wees.

Als Jezus niet anders was geweest dan een arme baby, een vlot kind, een coole leraar, waren al deze verhalen er niet geweest. En als de verhalen ons niet hadden bereikt stonden wij vanavond niet voor de vraag: Hoe kijken we tegen Jezus aan? Wat vinden we van hem?, Wat is dat meer dat in hem is, waardoor wij over grenzen van tijd en plaats heenstappen en ons met hem bezig houden? Waarom hopen we door hem geraakt te worden?, wat verwachten we van hem?

Het was een stille nacht, een heilige nacht, toen het gekrijs van het pasgeboren kind daar doorheen klonk.
Het was een donkere nacht toen herders, van die bonken van mannen, geraakt werden door goed nieuws dat de wereld voor hen in een ander licht zette.
Ver van huis, net aangekomen in de geboorteplaats van koning David, bracht een jonge vrouw een kind ter wereld.

Op de plaats van de grote koning David werd zijn verre nakomeling – denkend in de lijn van vader Jozef – geboren. En een profetie komt daarmee uit: Bethlehem, ondanks dat je maar een klein dorpje bent zal uit jou iemand voortkomen die in Gods naam koning zal zijn voor Israel en de hele bewoonde wereld en vrede zal brengen.
(Micha 5:1-4a)
De herdersjongen David die koning was geworden, was nog maar het begin geweest. Een andere koning volgde hem op. Net als David: thuis tussen de beesten, maar bestemd voor het grotere werk. Herder te zijn, niet alleen voor een kudde, maar voor massa’s mensen tot aan de einden van de aarde. Koning als een herder te zijn: zorgzaam, oplettend, behoedend. Met als doel: vrede voor mensen en aan God de eer.

Een stille nacht, een heilige nacht. Waarin licht schijnt en rust is. En waardoor de wereld mag weten: God is met ons, God is ons nabij.

Hoe staan wij tegenover zo’n koning?

Jezus. Een kind in de kribbe, een herder, een dienaar. Gedood door de mensen die hij dichter bij God wilde brengen.
God zelf als een kind, een leraar, midden tussen ons.
Een koning die zelfs de dood versloeg.

Is hij onnavolgbaar? Hoog verheven, ver van onze tafel en ons bed?
Of is hij na te volgen, kunnen wij in zijn voetstappen gaan?
Kun je hem alleen maar vereren, verheerlijken, aanbidden?
Of kun je bij hem in de buurt zijn, laat je hem naast je staan en met je meegaan?

Dit kind in de kribbe wil een koning van vrede zijn.
Deze opgestane Heer wil met ons allemaal meelopen.
Door de verwondering, door stille nachten, door het alledaags bestaan wil hij ons raken en onze verwachting waarmaken.

Zo is het: amen.

Lezingen: Filippenzen 2:5-11, Lucas 2:1-20
Gedicht “Twee manieren om tegen Jezus aan te kijken” van Karel Eykman
Nieuwendammerkerk, 24 december 2011, ds. Véronique Lindenburg
Preektekst ds. Véronique Lindenburg 18 december 2011
Eindelijk is het zover.
Eindelijk is de zoektocht van het volk van Israel over.
Eindelijk zegt God tegen een mensenvrouw: Jij zult zwanger zijn en een kind baren, ook al heb je er nog helemaal niet op gerekend, jij, meisje, maagd. En je kind zal een groot man zijn en Zoon van de Allerhoogst e worden genoemd, en God zelf zal hem de troon van koning David geven en jouw kind zal koning zijn tot in eeuwigheid.

Eindelijk...
De tijd van wachten, is ten einde gekomen. De zoektocht is voorbij.
De periode van rechters en aardse koningen is afgelopen.
Zij hebben niet het eerste en zeker niet het laatste woord.
God is het die mensen de weg wijst in de nacht.

Simson was een schakel geweest in die lange rij van menselijk proberen te ontdekken wat God met mensen wil. In de zoektocht naar de goede koning ging het immers om het ontdekken van een manier dat mensen goed konden samenleven. Zodat het niet kwaad, niet slecht, maar goed was in de ogen van God.

Simson was de laatste rechter waarover geschreven wordt. Hij begaf zich meermaals onder de Filistijnen, trouwde er en had er lief. De Filistijnen wilden hem klein krijgen zoals ze het volk van Israel klein hoopten te krijgen. Maar deze grote man stond op in de nacht, greep de deurposten van de stadspoort en droeg ze tot een hoge bergtop waar Hebron ze zien kon.

De plaats waar God zijn verbond sloot met Abraham. Waar Abraham, Sara, Isaak en Jakob begraven waren. Kortom: heel Israel was getuige van Simsons kracht tegenover die van de vijand. Deelgenoot van de hoop van het volk op Gods redding

(uit een moedeloos makende situatie.)

uit een moedeloos makende situatie. Van de God die was, die is en die komen zal. De God die leven geeft, de God die bevrijdt.

Die hoop heeft het volk van Israel nooit verlaten. Die hoopt leeft bij het volk tot op vandaag. De weg van het Jodendom is die van het verwachten. De weg van het christelijk geloof getuigt:

De God die was, die is en die komen zal heeft een mensenkind geboren doen worden op de tijd die hem welgevallig was, door een meisje, een maagd. Haar wordt verteld door een engel van de Heer:
ook al heb je er nog helemaal niet op gerekend, jij, meisje, maagd, zult een kind ontvangen. En je kind zal een groot man zijn en Zoon van de Allerhoogst e worden genoemd, en God zelf zal hem de troon van koning David geven en jouw kind zal koning zijn tot in eeuwigheid.

Een koning van liefde en recht. Die mateloos en prachtig mensen troost en leidt.

Wat is een goede koning? Hij die mensen hoop biedt, vrede en genezing als reëel voor ogen stelt en rechtvaardigheid als ieders goed recht. Die mensen aanspoort te leven naar zijn wil, zijn voorbeeld zodat het beter leven wordt, vol respect voor de ander en levenslust. Waaruit blijkt dat er een goede koning is? Dat mensen goed en vredig samenleven, elkaar het licht in de ogen en grond onder de voeten gunnen,
een dak boven het hoofd en vrede tot in eeuwigheid.

“Gegroet Maria, God houdt van je”.
Het jonge meisje schrikt – natuurlijk.
Voor haar geen “eindelijk” maar nieuw begin. Nu al? Is het niet te vroeg?
Neen, het is Gods tijd.

(Want het volk verlangt bevrijding.)
Want het volk verlangt bevrijding. Mensen wereldwijd van alle tijden alle plaatsen zoeken een koning, een rechtvaardig samenleven. En dit kind kan het geven.
En Maria antwoordt de boodschapper van God: “Ja, laat met mij gebeuren wat u in Gods Naam hebt gezegd.”
Eindelijk is de zoektocht van God over. Het volk zou nooit doen wat goed was in zijn ogen, het had een andere koning nodig. Een koning als het volk zelf, een knecht.

“Hij zal een groot man worden, mensen zullen hem Zoon van de Allerhoogste noemen en op de troon van koning David zal hij regeren tot in eeuwigheid.”
Maar als een knecht van het volk, als een dienaar van de hele bewoonde wereld zal hij komen, is hij aanwezig. God uit God, mens uit mens. Daar waar je hem het minst verwacht is hij ontstaan en zo leeft hij nog steeds vooral daar waar we zo makkelijk over hem heen kijken.

Daar waar de dakloze is en de verslaafde, de geslagen moeder, het verwaarloosde kind, de ploeterende vader, het slachtoffer van machtsmisbruik, diegene met een lege maag of die mens die ernaar hongert om gezien te worden, gewaardeerd om wie hij of zij is; de zwakke in een wereld van sterken.

Jezus werd geen koning met een kroon van goud, een troon in een paleis.
Neen, hij was een zwervende leraar, met regelmatig een steen onder zijn hoofd als kussen – of zelfs dat niet; soms zo moe van zijn werk dat hij het water op ging, maar aan de andere kant van het water stonden ze hem weer op te wachten; en ten prooi aan wantrouwen en verdachtmakingen waardoor men hem ten dood zou brengen.

(Een koning als een knecht.)

Een koning als een knecht. Een mens als ieder van ons. Hoe sterk we ons ook wanen. Een koning als God zelf, met al zijn eigenschappen.

Voor heel Israel te zien:
De liefde van God tegenover die van mensen die zo gemakkelijk kwaad doen.
Bevrijding van God in een tijd van onderdrukking en onzekerheid.
Het levende woord tegenover vermoorde letters en vermoeide gebruiken.
De God die was, die is en die komen zal in een mens als iedereen, een knecht als wij allen. Maar een dienaar die leven geeft.

Er wordt een kind geboren, daar waar je het niet verwacht.
De zoektocht is voorbij. In de nacht schijnt het licht.

Wat is een goede koning? Wie aandacht heeft en liefde en mensen respecteert,
God zelf diep in zijn hart draagt en ons dat vrolijk leert. Koning Jezus is God met ons.

Amen.

Lezingen Rechters 16:1-3 en Lucas 1:26-38
Liedtekst "Licht is onze dag"
Drempellied bij het aansteken van de adventskaarsen voor adventszondagen + kerstdiensten 2011,
1 vers per zondag. Kerstnacht alle coupletten. Kerstochtend: vers 5.
Tekst: Véronique Lindenburg , melodie Ubi caritas, Jacques Berthier

1.
Licht in onze nacht, u komt ons zien.
Licht is onze dag, God, u bent nabij.

2.
Licht in onze nacht, duister wijkt.
Licht heeft een gezicht, God, u bent nabij.

3.
Licht in onze nacht, adem haalt
liefde, goede moed. God, u bent nabij.

4.
Licht in onze nacht, donker gaat,
vrede krijgt een plaats, God, u bent nabij.

5.
Licht in onze nacht, komt dat zien!
Licht is onze dag, God, u bent nabij.
Liedtekst "Wat is een goed koning?"
“Wat is een goede koning?”. Kinderlied, 3 coupletten, iedere advenstweek te zingen
Passend bij de lezingen van “De Eerste Dag” voor Adventsperiode 2011
Tekst: Véronique Lindenburg, melodie Wat zijn de goede vruchten, LvdK 252, Willem Vogel

Wat is een goede koning, hoe weet een mens de weg
naar vrede en genezing, voor iedereen goed recht?
Een mensenkind gaat zoeken, dat kan ook heel dichtbij,
het komt soms bij je binnen en jij, ja, wat doe jij?

Verhalen van verwachting, van wanhoop en van hoop,
ze kunnen mensen troosten en bouwen in je hoofd
een beeld van beter leven, van recht voor iedereen.
Zie jij het in een ander en ben jij zelf zo-een?

Wat is een goede koning? Je weet het eig’lijk wel.
Die leven serieus neemt, het is bepaald geen spel.
Die aandacht heeft en liefde en mensen respecteert,
God zelf diep in zijn hart draagt en ons dat vrolijk leert.


Activiteit kindernevendienst:
Verhalen Rechters (5, 9:7-15, 13, 16:1-3)
Kroon: rond papier met emblemen
Embleem 1: armen om je heen
Embleem 2: boom
Embleem 3:baby
Embleem 4:stadspoort